Vissen in Frankrijk: vergeet het (voorlopig) maar…

door Ben Donkers

bergerac.jpgVissers bij Bergerac

Op de eerste plaats werden we geplaagd door een mini-Tsunami die op de kust beukte en grote delen van het strand compleet wegvaagde. Op zich voor ons niet zo'n ramp, maar een afstand van 4 kilometer kostte wel even zes uur in de auto zitten, voetje-voor-voetje door hartje Nice. De weersomstandigheden waren niet zo best en dat nodigt evenmin uit om naar de waterkant te gaan. Gestimuleerd door mijn schoonzoon hebben we de spullen gepakt en zijn we uiteindelijk een paar dagen in La Brague bij Antibes gaan vissen. Dat was nog geen twee minuten lopen vanaf onze verblijfplaats. Het is een snelstromend riviertje richting Middellandse Zee waarin, merkwaardig genoeg, alleen harder zwom. Een Fransman heeft ons een en ander uitgelegd zodat we meteen aan de slag konden. Hij viste met een stukje stokbrood en had er twee gevangen op een hele middag. Dat vonden we niet echt veel omdat we er zeker honderden zagen zwemmen. Dat konden wij dus beter, dachten we.

Drie sessies

Het duurde drie sessies alvorens we het onder de knie hadden. Een stukje brood gewoonweg tussen de meute laten drijven. Zodra er een harder op af ging, ontstond er aasnijd en volgden er meer en was de vangkans een stuk groter. Ik ving er een van een centimeter of 40, 45. Corné volgde een half uurtje later met een nog iets grotere. Jammer dat het de laatste dag van ons verblijf was. Na een week hebben we het watertje wel leren kennen, kon je tegen een uur of vijf  's avonds zien dat alle harders richting Middellandse Zee vertrokken om in de ochtenduren weer terug te keren. Door het kraakheldere bergwater was elke vis duidelijk zichtbaar, maar blijkbaar zagen de vissen ons ook, want even een beetje te veel bewegen en er was geen harder meer te zien. Corné ging met zijn gezinnetje terug naar het Belgische Essen, wij vertrokken naar de Dordogne in de omgeving van Sarlat en Cahor. Daar heb ik eveneens getracht een visje te vangen. De Dordogne bevat, althans volgens de plaatselijke bevolking, veel vis. Snoek vooral, maar ook (zeggen ze) zalm, elft en ombervis. Ik heb diverse pogingen gewaagd, maar een dergelijke stroming komen we in Nederlandse binnenwateren niet tegen. Het is moeilijk vissen en alleen in minder stromende gebiedjes kon een aasje worden ingegooid. Bij Bergerac visten twee mannen vanuit een bootje in de buurt van de brug. Terwijl ik er foto's maakte, had mijn vrouw bij twee andere vissers al een paar snoeken in een leefnet gefotografeerd. Blijkbaar kent men daar geen gesloten periodes. Die vissen gingen, zoals de vissers trots vertelden, nog diezelfde avond op de barbecue.

Ervaring en uren maken


Ook in de Lot is het voor een buitenstaander niet lekker vissen, het is (maar dat geldt voor bijna alle viswateren) een kwestie van ervaring en vooral uren maken. Een fanatiek karpervisser uit Groningen had een meer ontdekt in de omgeving van Groléjac met blijkbaar veel karper. Twee sessies leverden hem geen enkele aanbeet op, niet aan de boilie, niet aan het brood en dat gold eveneens voor een viswater in de buurt van Gourdon. Het is jammer, maar als de Fransen zelf ook niet tot resultaten komen, is het wel te begrijpen en niet zo erg. Vissen in niet al te grote meren zijn verwend en heel erg schuw. Voor een vakantieganger ontbreekt vaak de tijd om te experimenteren ofschoon ik in elk water dat we gezien hebben, wel een paar korstjes heb gegooid. Er kwam, in de meeste gevallen, zelfs nog geen voorntje op af.

 

 
Copyright GBV Roosendaal