|
Dit heeft gevolgen voor de bescherming tegen overstroming en de natuur. Rijkswaterstaat is een verkenning gestart naar de mogelijke maatregelen om de platen en slikken te behouden. Onderdeel van deze verkenning is het uitvoeren van praktijkproeven. Op het slik van de Schelphoek wordt de komende jaren één van die proeven uitgevoerd.
Aanleiding
Sinds de realisatie van de Oosterschelde kering is de dynamiek in de Oosterschelde veranderd. Het getij is afgenomen er stroomt minder water in en uit. In de Oosterschelde zijn van nature vele platen en slikken aanwezig. Op deze platen en slikken is het een komen een gaan van zand, in een gezonde (open) zeearm is er sprake van balans. Bij storm woelen hoge golven het zand van platen en slikken los en laten het wegstromen naar de geulen. Bij rustig weer maakt de vloedstroom het verlies weer goed: die schuurt het zand uit de geulen en brengt het terug naar de slikken en platen. In de Oosterschelde is de balans verstoord. De hoge golven voeren het zand nog steeds van de platen weg maar de vloedstroom is te zwak om het zand terug te brengen. Al het zand dat in de geulen belandt, blijft daar liggen. Het lijkt erop dat de geulen ieder korreltje hongerig in zich opnemen, de geulen hebben zandhonger. Hierdoor verdwijnen de slikken en platen langzaam maar zeker onder water. Rond 2050 zijn er nog maar een paar snippers intergetijdegebied over. Als gevolg hiervan wordt de natuurlijke golfbrekende buffer van slikken en schorren verminderd en zijn investeringen nodig in de dijken voor het waarborgen van de veiligheid. De platen en slikken zijn zeer belangrijke voedselplaatsen voor beschermde vogels en rust- en zoogplaatsen voor zeehonden. Als de zandhonger ongeremd zijn gang kan blijven gaan, verliest de Oosterschelde zijn dynamiek en daarmee zijn glans.
Proef Schelphoek
In september 2011 startte Rijkswaterstaat met de praktijkproef in de Schelphoek. De proef bestaat uit een combinatie van een zandlichaam tegen de dijkvoet en een oeververdediging om het zand op zijn plaats te houden. Hierdoor kan onderzocht worden welke soort maatregelen het beste werken tegen de effecten van de zandhonger. Voor de locatie
Schelphoek is gekozen omdat dit een plek is die in veel opzichten generaliseert voor de gehele Oosterschelde. Tijdens de proef zal circa 85.000 m3 zand afkomstig uit de diepe geulen van de Oosterschelde worden opgespoten op het slik. De helft van het zandlichaam wordt daarna verdedigd met dammetjes van breuksteen. Die zijn ongeveer 300 m lang, 50 cm breed en steken 30 cm boven het zand uit. De totale proef beslaat een oppervlakte van 600 m bij 200 m. De hoogte van de suppletie is maximaal 75 cm langs de dijk en neemt geleidelijk af naar bij toenemende afstand tot de dijk.
Nadat eind 2011 de aanleg is afgerond, zal via metingen worden gevolgd in hoeverre deze maatregelen werken tegen de effecten van de zandhonger. Wat doet het zand bijvoorbeeld na een zware winterstorm en hoe werken de dammen bij de bescherming van het aangebrachte zand?
Pierenspitters opgelet!
Tussen 25 september en 31 oktober wordt een zandlaag opgebracht in de Schelphoek als proefproject in het kader van de zandhonger. De suppletiewerkzaamheden brengen drijfzandgevaar met zich mee en in deze periode dienen spitters zich niet op het terrein te begeven. Uiteraard zal het werkterrein duidelijk gemarkeerd worden en wordt er door Rijkswaterstaat op meerdere plaatsen bebording geplaatst om mensen te waarschuwen. Er kan wel gespit blijven worden in dat deel van het spitgebied dat niet is afgesloten en het alternatieve spitgebied ten zuiden van de strekdam.
|