Samen vissen da's toch hartstikke mooi

door Ben Donkers

Hoe het begon: ‘Jan had geen vispartner om mee te doen bij het koppelvissen op de Biesbosch. Zal ik meegaan, vroeg ik. Nou dat is super, maar wel om vijf uur op morgenochtend. Dat was even schrikken, maar ja eenmaal Ajenny 2_1.jpg gezegd…De buurman stond de andere morgen al te wachten en onderweg moesten er nog drie mannen worden opgehaald.  Dat zat wel een beetje krap achterin de auto en allemaal mannen.  Bij het Biesbosch-vertrekpunt stonden er al meer hengelaars gereed, ook weer mannen dus en die keken toch wel een beetje vreemd omdat ik er aan kwam.  Maar de ontvangst was goed. Al varende naar de stek beviel mij de entourage enorm, dat was genieten. Bij het vissen even oefenen met ingooien, maar dat ging al snel vrij aardig. Ik kreeg er plezier in. Het was spannend en ik ving zelfs vis, meer dan Jan nog wel. We eindigden als laatste omdat het gewicht de doorslag moest geven, niet het aantal vissen. Maar toch had ik enorm genoten van het vissen en de natuur. Een ervaring die voor herhaling vatbaar was en daarom vele vervolgen heeft gekregen.
Zo’n jaar of twintig geleden kwam Noorwegen in beeld en toen Jan ging vissen zei ik: ik doe wel even mee. En sindsdien worden daar elk jaar weer, in de meest natuurlijke omgeving, de hengels uitgepakt. Kamperen in optima forma: vissen vangen, schoonmaken en op de barbecue.
Het maakt Jenny niet uit waar en op wat er gevist wordt, ze geniet ervan, heeft de techniek aardig onder de knie en wil oh zo graag eens een hele grote vis aan de haak hebben. Ze ving al tongschar, kabeljauw en wijting en vist samen met haar man de koppelwedstrijden vanuit een bootje op de Biesbosch.  ‘Van het huwelijksbootje in het visbootje, maar ook wel eens het schip in’, vult Jan lachend aan. Hij is er blij mee dat zijn vrouw ook vist. ‘Toch vrij uniek om als echtpaar aan wedstrijdjes van onze club mee te doen. We zijn natuurmensen, vandaar ook onze liefde voor Noorwegen’. Op of aan het water voelen we ons thuis. De honderden foto’s  die hij tevoorschijn tovert laten aan duidelijkheid niets te wensen over.
Jenny, die tijdens de vakantie ook de meest fraaie borduurwerkjes maakt, geniet ervan. Neemt aan wat haar man uitlegt over aasaanbod, onderlijnen en vistechnieken. Hij vist zelf al vanaf zijn zesde, ging voor de allereerste keer met opa naar de waterkant. ‘We visten in de zogeheten Glymes bij Halsteren en in Dinteloord in de gouden tijd van de spiering. Je bent visser en blijft visser’. ‘Mijn vrouw vangt wel eens meer dan ik. Dat kan, dat is de sportvisserij eigen. Maar samen vissen in een unieke, natuurlijke omgeving, er is toch niets mooier!’jenny 1_1.jpg
Jan zou wel in Noorwegen willen gaan wonen, voor Jenny is dat geen optie. ‘Er op vakantie gaan is enorm leuk, maar ik ben daarna ook weer wel graag thuis in Roosendaal. Die weken tijdens de bouwvak staan bij ons in de agenda altijd vast: Noorwegen. Dat was jaren geleden ook voor de beide zoons het geval. Mark (27 jaar) vist nog steeds, zoon Johan (29 jaar) ziet daar niet zo veel heil in. Ook Jan heeft een mindere visperiode gehad. Hij was toen in de horeca werkzaam en dat slokte veel tijd op, teveel in elk geval om er ook nog eens met een paar hengels op uit te trekken. Dat ligt nu wel anders. De Grevelingen, Nieuwe Waterweg en dergelijke, zijn voor hem bekende stekken.
Maar ook de vele Noorse meren kennen weinig geheimen meer. Door jarenlange ervaring en veel experimenteren leer je het water en de omgeving kennen. In sommige meren stroomt het behoorlijk, er is tijverschil ofschoon je het nauwelijks merkt. Bepaalde uren hoef je dan echt niet te gaan vissen, er bijt heus geen enkel visje. Je merkt het ook aan de plaatselijke bevolking, waarvan er overigens niet zo heel veel vissen. Staan zij er niet dan kun je het vergeten. Dat weten we inmiddels ook wel.’
’In Noorwegen bivakkeren wij altijd langs de oostkust. Op een terrein van Niels Belland. Het dorpje telt zes huizen en dat is het. Met Niels hebben we uitstekende contacten, hij heeft ons in het begin wegwijs gemaakt. Nu redden we onszelf wel, maar zijn ook regelmatig bij hem op bezoek. Wij van onze kant hebben ze daar friet met stoofvlees leren eten, wij eten er eland. Bovendien vis ik er bijna elke dag. Jenny wil nog wel eens een dagje overslaan, we moeten tenslotte ook boodschappen doen en dat is al gauw een uurtje rijden vanaf onze kampeerplaats’, vertelt Jan die hier in Nederland met succes de cursus Visstandbeheer volgde en ook controleur Sportvisserij is en dat doet hij hier in de regio heel fanatiek.
Jenny’s passie is die hele grote vis een keertje te vangen: ‘het maakt niet uit wat voor vissoort. Het lijkt me geweldig dat pompen op die hengel. Mijn kabeljauw was toen 65 centimeter, dat vond ik al heel wat. Maar ja, het blijkt dat een fervente sportvisser steeds grotere wil vangen. Ik had die kabeljauw eraan en Jan dacht: die zit vast, nou echt niet dus. En heel dicht tegen de kant aan gevangen. Dat geeft toch een enorme kick.
Jenny vraagt zich af of er veel vrouwen vissen. Ze zou best eens met een groepje lotgenoten over de sportvisserij willen praten, hoe zij het ervaren, wat ze willen leren, willen weten, of ze samen eens kunnen gaan vissen en dergelijke.

(note van de redactie):  onze Vispas-medewerker Jan de Bruin laat weten dat er 35 geregistreerde dames lid zijn van GBV.

Voor meer foto's van Jan en Jenny in Noorwegen: zie onze rubriek Foto's.



 

 
Copyright GBV Roosendaal