|
door Ben Donkers
,,Als ik iets doe, doe ik het voor 200%. Ik ben perfectionist. In een bestuursfunctie ‘gerold’, ambieerde dat eigenlijk niet. Maar ja. Je weet hoe dat gaat. Als er in een bestuur vacatures ontstaan ben ik al gauw geneigd om te zeggen ’dat doe ik er dan voorlopig wel even bij’. Nou dat -voorlopig- kan best eens lang duren’’. Van Caulil is GBV’er in hart en nieren. Al heel lang. Hij is pas 61 en wil eigenlijk een paar functies uitbesteden. Het wat rustiger aan gaan doen. Als er maar opvolgers zouden zijn. Maar bij de familie Van Caulil zit het vissen in het bloed. Beide zoons Marco en Ronnie vissen en dochter Mariëlla heeft destijds nog meegedaan aan nationale selectiewedstrijden. ,,Alleen mijn vrouw Tine geeft er niets om, maar die is wel erg graag in de natuur: fietsen, wandelen en dergelijke’’.
Over boord
,,Ik mocht met mijn vader mee, ’s nachts om drie uur het bed uit en met de bromfiets naar het Lange Water en rond september verhuisden we met het bootje via de Nauwbeek naar de Rode Weel. Ik weet nog goed dat mijn vader een touw rond mijn middel had gebonden. Bang dat ik in het water zou vallen en hij kon niet zwemmen. Ik was een druk baasje en kukelde prompt over boord. Mijn vader trok me zo naar binnen en sloeg zijn lange lederen brommerjas om me heen. Als hij de voorzorg van dat touw niet had genomen, was ik er nu niet meer geweest. Ik heb wel het vissen van hem geleerd. Eerst met een bamboestokje, later met het steeds moderner wordende materiaal. Ik ging wedstrijdvissen en dat ging me goed af. De meer dan tweehonderd bekers die ergens boven op zolder zijn opgeslagen getuigen daarvan. Ik viste selectiewedstrijden in Limburg, werd tweede bij de korpskampioenschappen in Hillegom, kwam er net één visje tekort.’’
Van Caulil heeft alle facetten van de sportvisserij meegemaakt. Alleen karpervissen is niet voor hem weggelegd, dat vindt hij niet actief genoeg, maar met alle andere vissoorten kun je bij hem aankomen. Op zijn zestiende werd hij lid van Geduld Brengt Vis. Hij won er meteen veel wedstrijden, zoals bijvoorbeeld in de grachten van Klundert, de haven van Oudenbosch, de Roosendaalse Vliet en waar al niet. ,,Goed vangen is wel uit te leggen, maar het heeft met ontzettend veel factoren te maken. Door jarenlange ervaring en veel zelf experimenteren komt de wijsheid. Hij zegt: ,,je kent de vissen, wanneer zij iets wel of juist niet doen, waar ze zich ophouden, je moet voertjes uitproberen, het aas en voer aan de kleur van het water aanpassen, de bodemgesteldheid zien te ontdekken. Zo ken ik na al die jaren de Rode Weel als mijn broekzak. Je moet creatief zijn en alles moet uiteraard meezitten’’.
Bij wedstrijden is het een gok: aast de vis dicht onder de kant of verder weg. ,,In de paaitijd zoeken vissen ondieper water op. Dat zijn dingen die je moet weten. Het is frappant dat ik meestal wel veel vang terwijl anderen amper een visje kunnen haken’’. Maar René is niet alleen visser. De 950 leden van zijn club kennen hem vooral als actief bestuurder. Dat is al vroeg begonnen.
Jeugdleider
,,Tijdens wedstrijden ontstaan sociale contacten. We hadden toen per wedstrijd soms wel tachtig deelnemers. Met John van Zandvliet, Ad Koevoets en Henny Maas hadden we een leuk vriendenclubje. We gingen naar vergaderingen en werden op een gegeven moment jeugdleiders. Ik was 20 en GBV had veel jeugdleden. We reden bijvoorbeeld met een volle bus naar een selectiewedstrijd in Gorkum. Wij waren vrij fanatiek en al tijdens het jeugdleiderschap kwam ik in het bestuur en telkens schoof ik een positie op. Piet Luykx stopte als voorzitter en ik nam het over. Ben dat een jaar of vijf geweest totdat Piet Kuijstermans vrij kwam. Jij secretaris en ik voorzitter, stelde ik voor. Piet hield het een half jaar vol, kon niet zo lang achter de typemachine zitten. Toen hebben we geruild en sindsdien is het niet meer veranderd. Ik heb het nooit geambieerd, je krijgt vrijwel alle werk op je bord. Maar ik heb die drive: als ik het doe, doe ik het goed. Ik zet me in voor de jeugd, zit in de wedstrijdcommissie zoet, verzorg het clubblad en de ledenadministratie, heb vroeger nog bingoavonden gedraaid. Ben nu bezig om bijvoorbeeld bij een gezin met drie GBV’ers maar één clubblad te bezorgen. Dat scheelt de vereniging geld, ofschoon we een financieel heel gezonde club zijn. Er moeten wedstrijdprogramma’s komen en activiteiten worden opgezet.’’
,,Het is enorm veel werk en ik wil ’s avonds ook wel eens een keertje voor mijn plezier gaan vissen. Een paar uurtjes langs de Engebeek of zo. Maar de papieren rompslomp laat het niet toe. En als ik een keertje zou kunnen, dan ga ik trainen voor de wedstrijden, dus nog niet ontspannen. Twee jaar geleden hebben we geprobeerd om de jeugdafdeling nieuw leven in de blazen. Ik heb ze allemaal persoonlijk een brief geschreven en de eerste instructieavond kwamen er 25 opdagen. Het kan dus wel’’.
Letoprint
René, al 25 jaar bedrijfsleider bij Letoprint, begon 38 jaar geleden met clubblad de Verklikker. Het is in feite een stukje uit zijn vakgebied, hij was de stenciltjes beu en wilde wel iets leukers voor de leden. Inmiddels is dat in de loop der jaren uitgegroeid tot een volwaardig, graag gelezen clubblad. ,,Ik ben een planner, organisator, ook bij mijn baas. Ik wil ook dat het allemaal vlekkeloos verloopt, ben daarom ‘s avonds wel eens afgebrand. Maar dan is er weer een vergadering of moet het clubblad de deur uit, mailtjes worden beantwoord en dergelijke. Het is altijd wel wat.’’ ,,En die verslaving aan het wedstrijdvissen, oefenen, voorbereiden. Een vrije visser gaat voor z’n plezier. Bij wedstrijden ligt dat toch anders. Bovendien is het een doorn in het oog dat clubavonden, visreisjes of vergaderingen zo matig bezocht worden. Er zijn veel vissers maar die gaan liever hun eigen gang. Hebben bij ons de benodigde vergunningen en gaan vissen wanneer het hen uitkomt. Ik zou heel graag zien dat zij eens met ideeën komen. Wat willen zij graag. Er zijn mogelijkheden genoeg om het kenbaar te maken.’’ René van Caulil is het liefst één met de natuur. Hij kan erg genieten als hij in een kanootje door de Biesbosch peddelt, oog in oog komt te staan met een paar herten. Of wandelend op de Dinteloordse Gorzen. In een stad of volle zaal voelt hij zich niet zo thuis. Dat is een natuurmens eigen. Hij zou ook wat meer willen genieten van zijn kleinkinderen, maar regelen en organiseren zit hem in het bloed. Hij voelt zich gedwongen om te blijven, er zijn maar vier actieve bestuursleden, hij werkt nog vijf dagen in de week en dat brengt ook de nodige verantwoording met zich mee. Bovendien gaat de gezondheid een beetje tegenspartelen. In het clubblad van maart blikt hij terug op het ontstaan van zijn geesteskind De Verklikker. ,,Het kan zo maar de laatste jaargang zijn’’, schrijft hij. ,,Tenzij er iemand anders opstaat. Ik ben benieuwd’’.
|